Vullingen

Wat zijn gaatjes?

Gaatjes worden veroorzaakt door bacteriën die zich aan het oppervlak van uw tanden en kiezen hechten. Naarmate de bacteriën zich vermenigvuldigen en groeien, vormen ze een witachtig laagje dat tandplak wordt genoemd. Als tandplak niet wordt verwijderd, begint deze zuren af te scheiden die kleine gaatjes in het oppervlak van het tandglazuur maken. Naarmate de gaatjes groter worden, groeien ze uiteindelijk uit tot één groter gat ( cariës).

Vullingen:

Een gaatje in je gebit moet worden gevuld om ervoor te zorgen dat het gaatje niet groter wordt en pijn gaat doen. Als je een gaatje hebt, boort de tandarts ook een gaatje. De tandarts haalt als het ware het zieke deel vol met cariës weg.
Het vullen van tanden en kiezen is een van de voornaamste bezigheden van de tandarts.


Meerdere vullingen in een tand:

Een tand bestaat uit verschillende vlakken, denk bijvoorbeeld maar een dobbelsteen, deze heeft ook meerdere kanten / vlakken. De bovenkant van een tand en met name de kies, heeft ook nog meerdere kleine vlakjes. Aan verschillende vlakken kunnen gaatjes ontstaan die gevuld moeten worden. Als er meerdere gaatjes in verschillende vlakjes worden gevuld, is dit terug te zien op uw rekening. Op de rekening staat dan bijvoorbeeld een tweevlaks- of drievlaksrestauratie.


Etsen en onderlaag:

Etsen houdt in dat het tandoppervlak met een speciaal zuur wordt ruw gemaakt. Als het oppervlak ruw wordt gemaakt, wordt het makkelijker voor het vulmateriaal om zich aan het tandbeen te hechten. Dit voorkomt dat de vulling er weer snel uitvalt.
Door het ruw maken van het tandoppervlak wordt de bescherming van de tand minder en zal de tand gevoeliger kunnen worden voor prikkels van buitenaf (bijvoorbeeld koude en warmte). Daarom wordt in de meeste gevallen ook een onderlaag aangebracht die voorkomt dat deze prikkels de zenuw bereiken.


Verdoving:

Als de tandarts iets moet doen wat pijnlijk kan zijn, zal hij in de meeste gevallen eerst voorstellen om te verdoven. Die verdoving bestaat uit een klein prikje, waarna je meestal geen pijn meer voelt. Voel je na de verdoving toch nog pijn, zeg dat dan meteen. De tandarts kan dan nog een beetje extra verdoven. Als de verdoving eenmaal werkt, voelt je wang of lip vaak dik aan en heb je het gevoel dat je moeilijker kunt praten en eten of drinken. Dit gevoel verdwijnt weer nadat de verdoving is uitgewerkt, meestal één of enkele uren na de behandeling. Zie je erg tegen de prik op, dan kun je vragen of de tandarts het eerst wil proberen zonder verdoving. Wordt de pijn te hinderlijk, dan kan de tandarts op jouw verzoek alsnog verdoving geven.